Vervoer van levende dieren naar het slachthuis
1. Algemene hygiënevoorschriften bij het vervoer van levende dieren naar het slachthuis
Bij het vervoer van levende dieren naar het slachthuis moet bij het verzamelen en tijdens het vervoer voorzichtig met de dieren worden omgegaan, zonder onnodig leed te veroorzaken.
Dieren die ziektesymptomen vertonen, of afkomstig zijn uit beslagen waarvan bekend is dat zij zijn besmet met agentia die relevant zijn voor de volksgezondheid, mogen alleen naar het slachthuis worden vervoerd wanneer het FAVV dit toestaat.
2. De toelating als vervoerder
Iedere natuurlijke of rechtspersoon die voor handelsdoeleinden levende dieren vervoert moet in het bezit zijn van een toelating als vervoerder. Als de vervoerder de dieren die hij vervoert ook huisvest, uitgezonderd als het zijn eigen dieren zijn, moet hij tevens een erkenning als handelaar hebben.
De aanvrager moet zijn toelating aanvragen bij de PCE van zijn woonplaats, minimum een maand voor het begin van zijn activiteiten. Het aanvraagformulier kan bekomen worden bij DGZ/ARSIA , bij de PCE of op de website van het FAVV .
De toelating is persoonlijk en blijft 5 jaar geldig.
In de toelating worden volgende gegevens vermeld:
• het nummer van de activiteit
• de geldigheidsdatum
• de diersoorten en de categorieën die mogen worden vervoerd
• de kenmerken van het voertuig dat door het agentschap werd toegelaten
De vervoerder die zijn activiteiten stopzet moet dit aan de PCE van zijn woonplaats melden bij middel van een schriftelijke verklaring. Ook wijziging van de gegevens van de vervoerder, van zijn activiteiten of van zijn vervoermiddelen moeten worden gemeld.
Bij het verstrijken van de geldigheidstermijn van 5 jaar van de toelating, moet de vervoerder een aanvraag om vernieuwing indienen bij de PCE. Hij gebruikt daarvoor hetzelfde formulier als bij een nieuwe aanvraag. De aanvraag tot vernieuwing moet ingediend worden binnen de 3 maanden voordat de geldigheidsduur is verstreken.
Het origineel van de toelating van de vervoerder moet op de bedrijfszetel bewaard worden en moet bij controle kunnen voorgelegd worden. Tijdens het vervoer moet een kopie van de toelating aanwezig zijn.
De verplichte toelating als vervoerder geldt niet voor een veehouder die zijn eigen dieren met zijn eigen vervoermiddel, lichte aanhangwagen of landbouwaanhangwagen naar het slachthuis vervoert, indien het slachthuis op maximaal 50 km van het bedrijf gelegen is.
3. Certificaat van goedkeuring van het voertuig
Voor het transport van levende dieren moet de vervoerder een certificaat van goedkeuring van het wegvoertuig hebben. Dit certificaat is niet verplicht voor lichte aanhangwagens en landbouwaanhangwagens.
Het origineel certificaat van goedkeuring moet in het voertuig aanwezig zijn bij het vervoer van levende dieren. Een kopie ervan moet op de bedrijfszetel bewaard worden.
Een certificaat van goedkeuring van het voertuig is niet verplicht voor een veehouder die zijn eigen dieren met zijn eigen vervoermiddel naar het slachthuis vervoert, indien het slachthuis op maximaal 50 km van het bedrijf gelegen is.
4. Getuigschrift van vakbekwaamheid
Vanaf 2008 moet de bestuurder van het voertuig en de verzorgers die de bestuurder begeleiden bij het vervoer van levende dieren, beschikken over een ‘Getuigschrift van vakbekwaamheid’. Aan het behalen van dit getuigschrift wordt een opleiding en een examen gekoppeld.
Het ‘Getuigschrift van vakbekwaamheid’ wordt afgeleverd door het FAVV volgens het model in bijlage . Het FAVV kan dit getuigschrift intrekken als sanctie bij onregelmatigheden.
Voor vervoer waarvoor geen toelating vereist is, is ook geen getuigschrift van vakbekwaamheid nodig. Een veehouder die zijn eigen dieren met zijn eigen vervoermiddel naar het slachthuis brengt, heeft dus geen getuigschrift nodig indien het slachthuis op maximaal 50 km van het bedrijf is gelegen.
5. Vervoersregistratie
a. Vervoersregistratie van runderen
De vervoersregistratie van runderen gebeurt individueel. Van elke rund dient elke beweging bijgehouden te worden. Hierdoor weet men op elk moment waar een rund zich bevindt, met welke dieren het in contact komt,… .
Elk transport van runderen moet vergezeld zijn van de paspoorten van de dieren en van een Register vervoerder van runderen .
De vervoersregistratie kan ook gebeuren d.m.v. een geïnformatiseerd register. Dit register dient dezelfde informatie te bevatten als het papieren register en moet op identieke wijze weergegeven worden. Het vervoerdersregister dat uit Sanitel wordt verkregen via de Sanitet toepassing, kan als geïnformatiseerd register worden gebruikt.
b. Vervoersregistratie van varkens
De vervoersregistratie van varkens gebeurt in groep. Van elke groep varkens worden de bewegingen geregistreerd. Hierdoor weet men welke groep zich op welke plaats bevindt, met welke andere dieren deze in contact komt, …
Elk transport van varkens moet vergezeld zijn van een Register vervoerder van varkens . Dit document moet in drievoud worden bijgehouden:
• Één exemplaar (geel) wordt onmiddellijk overhandigd aan de verantwoordelijke van de inlaadplaats.
• Één exemplaar (roze) wordt overhandigt aan de verantwoordelijke van de uitlaadplaats. Op dit exemplaar moet het beslagvignet zijn aangebracht.
• Één exemplaar (witte) wordt door de vervoerder bewaard.
Als de dieren op verschillende plaatsen worden uitgeladen, worden de registers opgemaakt in zoveel exemplaren als er uitlaadplaatsen zijn. Ingeval verschillende categorieën van varkens tezelfdertijd worden geladen, dienen de registers te worden opgemaakt in evenveel exemplaren als er categorieën zijn.
De gegevens uit het register moeten naar Sanitel worden doorgestuurd binnen 7 dagen na de datum waarop het voervoer plaatsvond.
De vervoersregistratie kan ook gebeuren d.m.v. een geïnformatiseerd register. Dit register dient dezelfde informatie te bevatten als het papieren register en moet op identieke wijze weergegeven worden. Het vervoerdersregister dat uit Sanitel wordt verkregen via de Sanitet toepassing, kan als geïnformatiseerd register worden gebruikt.
c. Vervoersregistratie van schapen, geiten en hertachtigen
Schapen, geiten en hertachtigen dienen bij het vervoer steeds vergezeld te zijn van een Register van vervoerder van schapen-geiten-hertachtigen . Dit document moet in drievoud worden ingevuld:
• Één exemplaar wordt onmiddellijk overhandigd aan de verantwoordelijke van de inlaadplaats.
• Één exemplaar wordt overhandigt aan de verantwoordelijke van de uitlaadplaats.
• Één exemplaar wordt door de vervoerder bewaard.
De vervoersregistratie kan ook gebeuren d.m.v. een geïnformatiseerd register. Dit register dient dezelfde informatie te bevatten als het papieren register en moet op identieke wijze weergegeven worden.
De gegevens uit het register moeten vanaf 1 januari 2008 naar Sanitel worden doorgestuurd.
d. Vervoersregistratie van slachtpluimvee
Het transport van slachtpluimvee dient vergezeld te gaan van het Document begeleiding slachtpluimvee .
e. Vervoersregistratie van andere levende dieren
Het Begeleidingdocument vervoer van levende dieren moet tijdens het vervoer van volgende als landbouwhuisdier gehouden diersoorten beschikbaar zijn:
• Paarden
• Herkauwers, andere dan runderen, schapen, geiten en hertachtigen
• Pluimvee
• Konijnen
6. Reiniging en ontsmetting van het voertuig
De voertuigen moeten gereinigd en ontsmet worden na elk vervoer van dieren en voor het verlaten van het slachthuis. Voertuigen moeten ook ontsmet worden voor het vervoer van dieren, indien voorafgaand een vervoer werd gedaan van producten die de gezondheid van de dieren kunnen aantasten.
De reiniging en de ontsmetting moeten gebeuren in geschikte ruimten en met door de bevoegde overheid toegestane ontsmettingsmiddelen .
Volgende documenten moeten worden ingevuld en moeten tijdens het transport aanwezig zijn:
• Vervoerders van runderen moeten het Register ontsmetting vervoerder van runderen invullen.
• Vervoerders van varkens laten het deel ‘Reinigen – Ontsmetten’ van het Register vervoerder van varkens invullen.
• Vervoerders van schapen, geiten en hertachtigen moeten het Ontsmettingsregister schapen/geiten/hertachtigen invullen
7. Administratie
Op de bedrijfszetel moeten gedurende 5 jaar volgende documenten bewaard worden:
• Kopie van het certificaat van goedkeuring van het voertuig (indien van toepassing)
• Origineel van de toelating van de vervoerder (indien van toepassing)
• Registers van de uitgevoerde transporten
• Registers ‘Reiniging en Ontsmetting’
8. Meer informatie
• http://www.afsca.be/sp/pa-an/animaux_nl.asp#01
• http://www.dgz.be/identificatie/root/index.asp
9. Wetgeving
• M.B. van 27/06/2005 houdende de modaliteiten voor de bewegingsregistratie van dieren bij handelaars, verzamelcentra, halteplaatsen en vervoerders
• K.B. van 9 juli 1999 betreffende de bescherming van dieren tijdens het vervoer en de erkenningsvoorwaarden van vervoerders, handelaars, halteplaatsen en verzamelcentra
• Verordening (EG) 1/2005 van de Raad van 22/12/2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) 1255/97
• Verordening (EG) 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29/04/2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong