Vervoer van gedode dieren

Gedode dieren, ook als ze geheel of gedeeltelijk zijn uitgeslacht, maar die niet zijn gemerkt omdat ze geen of slechts een gedeeltelijke keuring hebben ondergaan, mogen slechts in een aantal gevallen en onder welbepaalde voorwaarden vervoerd worden.


1. Pluimvee voor de productie van ‘foie gras’ en op het bedrijf van herkomst geslacht pluimvee dat later van de ingewanden is ontdaan

De naar het slachthuis gebrachte geslachte dieren gaan vergezeld van een verklaring van de exploitant van het vetmestbedrijf, waarin de toegediende diergeneesmiddelen of andere behandelingen die het dier heeft ondergaan, de data van toediening of behandeling en de wachttijden, alsook de datum en het tijdstip van de slachting zijn vermeld.

De naar het slachthuis gebrachte geslachte dieren dienen te zijn vergezeld van een gezondheidscertificaat.

In het geval van pluimvee dat is gekweekt voor de productie van ‘foie gras’ worden de niet van de ingewanden ontdane dieren onmiddellijk, en zo nodig gekoeld, naar een pluimveeslachterij of een uitsnijderij vervoerd. Zij worden binnen 24 uur na het slachten van de ingewanden ontdaan.

Pluimvee waarvan de verwijdering van de ingewanden is uitgesteld en dat is verkregen op het bedrijf van herkomst, kan tot 15 dagen worden bewaard bij een temperatuur van ten hoogste 4 °C. Vervolgens wordt het van de ingewanden ontdaan in een pluimveeslachthuis.


2. Op de plaats van productie gedood gekweekt wild

Geslacht en verbloed gekweekt wild moet zonder nodeloos uitstel onder hygiënische voorwaarden naar het slachthuis worden vervoerd. Indien het vervoer meer dan twee uur duurt, worden de dieren zo nodig gekoeld. De ingewanden mogen ter plaatse onder toezicht van de dierenarts worden verwijderd.

Naar het slachthuis gebrachte geslachte dieren moeten vergezeld gaan van een verklaring van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf die de dieren heeft gekweekt, waarin de identiteit van de dieren, alsmede de toegediende diergeneesmiddelen of andere behandelingen die het dier heeft ondergaan, de data van toediening of behandeling en de wachttijden zijn vermeld.

Tijdens het vervoer naar de erkende inrichting moeten geslachte dieren vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat .


3. Bij noodslachting geslachte slachtdieren



Het geslachte en verbloede dier dient zonder nodeloos uitstel onder hygiënische omstandigheden naar het slachthuis te worden vervoerd. Wanneer het gedode dier niet binnen 1 uur naar het slachthuis kan worden gebracht, moet het vervoerd worden in een vervoermiddel waarin een temperatuur heerst tussen 0 °C en 4 °C.

Verwijderde ingewanden moeten het geslachte dier naar het slachthuis vergezellen, en worden aangeduid als afkomstig van dat dier.

De in nood geslachte slachtdieren dienen bij hun transport naar het slachthuis vergezeld te gaan van een verklaring van de veehouder waarin de identiteit van het dier, de toegediende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of andere behandelingen die het dier heeft ondergaan, de data van toediening of behandeling en wachttijden zijn vermeld.

In de verklaring van de dierenarts moeten het gunstige resultaat van de antemortemkeuring (keuring voor de slachting), de datum en het tijdstip van en de reden voor de noodslachting en de aard van de door de dierenarts op het dier toegepaste behandeling zijn vermeld.


4. Wetgeving
Verordening (EG) 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29/04/2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong

Copyright (c) 2009 Steunpunt Hoeveproducten