Noodslachtingen van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren

1. Welke dieren mogen een noodslachting ondergaan?

De regels betreffende de noodslachting buiten het slachthuis zijn van toepassing op alle als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren (runderen, schapen, geiten, varkens en paarden). Het Ministerieel Besluit van 06/09/1990 verbiedt echter het vervoer van varkens met het oog op een noodslachting en de noodslachting van varkens zelf.


2. Wanneer mag een noodslachting worden uitgevoerd?

Om tot een noodslachting buiten het slachthuis te kunnen overgaan, dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:
• Het dier moet een ongeval hebben gehad. Een ongeval is een plotse, onvoorziene of onverwachte gebeurtenis die schade of letsel veroorzaakt bij het dier. Een ongeval vereist meestal onmiddellijke actie van degene die het dier onder zijn hoede heeft.
• Het dier moet gezond zijn op het ogenblik van het ongeval. Het mag niet lijden aan of ervan verdacht worden te lijden aan een ziekte en het moet vrij zijn van geneesmiddelenresiduen (wachttijden dienen gerespecteerd te worden).
• Het dier is om welzijnsredenen niet geschikt voor transport en kan/mag dus niet levend naar het slachthuis worden vervoerd. Bv.: een dier met één of meerdere gebroken ledematen, verlammingsverschijnselen, grote verwondingen, …

Alvorens het dier wordt geslacht, moet een dierenarts een antemortemkeuring (gezondheidskeuring) van het dier verrichten. Een dier dat niet levend is beoordeeld door een dierenarts is uitgesloten voor noodslachting.


3. Hoe gebeurt een noodslachting?

Het dier dient te worden gedood door verbloeding na te zijn bedwelmd. De maag en de darmen mogen bij noodslachting ter plaatse onder toezicht van de dierenarts worden verwijderd, evenwel zonder verdere uitslachting.

Indien er tussen de slacht en de aankomst bij het slachthuis meer dan twee uur verstrijkt, moet het dier gekoeld worden, tenzij de weersomstandigheden een actieve koeling overbodig maken (omgevingstemperatuur van 4°C of lager).


4. De transport naar het slachthuis

Het geslachte en verbloede dier dient zonder nodeloos uitstel onder hygiënische omstandigheden naar het slachthuis te worden vervoerd. Tevens dient er rekening mee te worden gehouden dat alle dieren schoon moeten zijn bij aanvoer in het slachthuis.

Verwijderde ingewanden moeten het geslachte dier naar het slachthuis vergezellen, en worden aangeduid als afkomstig van dat dier.


5. Begeleidende documenten

De in nood geslachte dieren dienen bij hun transport naar het slachthuis vergezeld te gaan van een verklaring van de veehouder en een verklaring van de dierenarts:
• In de verklaring van de veehouder moeten de identiteit van het dier, de toegediende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of andere behandelingen die het dier heeft ondergaan, de data van toediening of behandeling en wachttijden zijn vermeld
• In de verklaring van de dierenarts moeten het gunstige resultaat van de antemortemkeuring, de datum en het tijdstip van en de reden voor de noodslachting en de aard van de door de dierenarts op het dier toegepaste behandeling zijn vermeld.


6. Postmortemkeuring (vleeskeuring na het slachten) van vlees van in nood geslachte dieren

Op het vlees van in nood geslachte dieren moet in het slachthuis een postmortemkeuring uitgevoerd worden. Het vlees mag enkel voor menselijke consumptie worden aangewend indien het geslachte dier geschikt wordt bevonden voor menselijke consumptie.

In het slachthuis dient op het vlees van dieren waarbij een noodslachting is uitgevoerd en dat geschikt is bevonden voor menselijke consumptie, een driehoekig keurmerk met gelijke zijden van 7 cm te worden aangebracht:

Het keurmerk dient volgende aanduidingen te vermelden (letters van 0,7 cm hoog):
• ‘Slachthuis’
• plaatsnaam


7. Bestemming van het vlees van in nood geslachte dieren

Vlees van dieren waarbij een noodslachting is uitgevoerd mag alleen op de markt worden gebracht in de lidstaat waar de slacht plaatsvindt.


8. Wetgeving

Verordening (EG) 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29/04/2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong
M.B. van 06/09/1990 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest


Copyright (c) 2009 Steunpunt Hoeveproducten