De detailhandel in levensmiddelen van dierlijke oorsprong in een hoeveslagerij
1. Wat is een hoeveslagerij?
Een hoeveslagerij is een hoevewinkel waar de detailhandel, met inbegrip van de be- of verwerking, in vers vlees, vleesbereidingen, gehakt vlees, vleesproducten en andere behandelde producten van dierlijke oorsprong afkomstig van het eigen bedrijf of van andere landbouwbedrijven welke deel uitmaken van een samenwerkingsverband, wordt uitgeoefend. Vers vlees kan er worden uitgebeend, versneden, gehakt, bereid of verwerkt tot vleesproducten, … om in bulk of voorverpakt te worden verkocht.
Facultatief kunnen producten aangeboden worden van andere land- of tuinbouwbedrijven. Wanneer er eenheid van landbouwactiviteit en rechtstreekse verkoop is, stelt de VLIF-wetgeving dat minstens 50% van de hoeveproducten van het eigen bedrijf afkomstig moeten zijn. Wanneer er een juridische afsplitsing is van de verwerking en het commercialiseren van de eigen producten van de landbouwactiviteit, stelt deze wetgeving dat minstens 75 % van de verkoop afkomstig moet zijn van het eigen landbouwbedrijf.
2. De toelating van het FAVV
Voor het opstarten van een hoeveslagerij is een toelating van het FAVV vereist. Klik hier voor een model aanvraagformulier.
De aanvraag wordt steeds gevolgd door een administratief onderzoek van de aanvraag. Afhankelijk van de aard van de activiteit kan een voorwaardelijke toelating gegeven worden. Indien het FAVV geen onderzoek uitvoert binnen de 30 werkdagen volgend op de aanvraag, wordt de toelating beschouwd als zijnde afgeleverd.
Voor het verwijderen van GRM (gespecifieerd risicomateriaal van de wervelkolom van runderen) is een bijzondere vergunning nodig.
Meer informatie vind je op de website van het FAVV .
3. De vergunning beenhouwer-spekslager
Klik hier.
De uitbater van een hoeveslagerij of zijn vakverantwoordelijke moet een vergunning beenhouwer-spekslager hebben.
Deze vergunning is niet nodig als er geen be- en verwerking van het verse vlees gebeurt en er enkel voorverpakt vlees wordt aangekocht en zo wordt verder verkocht.
4. Inrichingsvoorwaarden voor een hoeveslagerij
Detailhandel in levensmiddelen van dierlijke oorsprong mag alleen plaatsvinden in verkooppunten die beschikken over uitrustingen of voorzieningen die uitsluitend daartoe bestemd zijn. Met een verkooppunt wordt bedoeld een bedrijfsruimte waarin of waar de detailhandel wordt uitgeoefend. Deze ruimte kan vast of mobiel zijn of permanent of tijdelijk.
De oppervlakte van de verkooppunten en het aantal en de grootte van de uitrustingen of voorzieningen moeten in verhouding staan met de omvang van de activiteit, zodat de detailhandel gemakkelijk en hygiënisch kan gebeuren en zodat kruisbesmetting kan worden voorkomen. Er gelden bovendien welbepaalde inrichtingsvoorwaarden .
5. Welke levensmiddelen van dierlijke oorsprong mogen worden bewerkt, verwerkt en verkocht?
In een hoeveslagerij mogen enkel levensmiddelen van dierlijke oorsprong worden binnengebracht afkomstig van erkende inrichtingen.
Het binnenbrengen, het bewaren, het be- of verwerken en het verkopen van volgende producten is verboden:
• vers vlees dat niet geschikt werd verklaard voor menselijke consumptie via keuring of officiële controle.
• vlees voorzien van een particulierenstempel.
• Vlees van runderen, schapen en geiten waaruit het gespecificeerd risicomateriaal niet vooraf werd verwijderd. Vlees van runderen van meer dan 12 maand, waaraan nog delen van de wervelkolom vastzitten mogen wel binnengebracht worden in vleeswinkels die in het bezit zijn van een bijzondere vergunning. Dit vlees mag enkel verkocht worden of met het oog op verkoop worden uitgestald indien de wervelkolom vooraf in de bijhorende werkplaats werd verwijderd.
De levensmiddelen van dierlijke oorsprong mogen enkel in de handel worden gebracht indien op ieder moment de vereiste maximale inwendige temperaturen worden gerespecteerd. Klik hier voor de wettelijke vereiste temperaturen
De detailhandel van levensmiddelen van dierlijke oorsprong die warm worden afgeleverd aan de eindverbruiker (bv. kip aan het spit, ribbetjes, …) is toegelaten in de verkooppunten op voorwaarde dat een afgescheiden ruimte voorzien is voor deze activiteit. Indien deze activiteit beperkt is, kan deze ruimte vervangen worden door een uitstalkast voor het te koop stellen van deze levensmiddelen.
De levensmiddelen van dierlijke oorsprong die warm bewaard of afgeleverd worden, mogen slechts in de handel gebracht worden indien op elk ogenblik een inwendige temperatuur van ten minste + 65 °C. Hiertoe dienen ze worden ondergebracht in geschikte voorzieningen. Indien ze na een tijd te zijn warm bewaard niet worden verkocht, moeten ze zo snel mogelijk afgekoeld worden tot 4 °C. Dit om de gevaren aan herhaaldelijk opwarmen en afkoelen van levensmiddelen zoveel mogelijk te beperken.
Gehakt vlees en vleesbereidingen die gehakt vlees van pluimvee bevatten, mogen slechts worden afgeleverd aan de eindverbruiker indien er op de onmiddellijke verpakking duidelijk vermeld wordt dat deze producten moeten worden verhit voor consumptie. Indien het gehakt, de worsten of de andere vleesbereidingen op basis van gehakt vlees van pluimvee niet voorverpakt zijn, moet een etiket op het verpakkingspapier worden gekleefd of moet het verpakkingspapier van een speciale opdruk voorzien zijn met de vermelding ‘Verhitten voor consumptie’. Dit geldt ook wanneer deze producten geleverd worden aan andere verkooppunten.
6. De gelijktijdige verkoop van andere producten dan levensmiddelen van dierlijke oorsprong
De gelijktijdige detailhandel in levensmiddelen van dierlijke oorsprong en detailhandel in andere levensmiddelen en/of andere goederen dan levensmiddelen is toegestaan op voorwaarde dat de verkoop en de uitstalling van levensmiddelen van dierlijke oorsprong plaatsvindt in afgescheiden ruimten en dat de levensmiddelen van dierlijke oorsprong worden bewaard, behandeld en te koop gesteld op een hygiënische wijze zodat kruisbesmetting door de andere producten vermeden wordt.
7. Aan wie mogen levensmiddelen van dierlijke oorsprong verkocht worden?
Een hoeveslagerij mag levensmiddelen van dierlijke oorsprong verkopen rechtstreeks aan de eindverbruiker.
Een hoeveslagerij mag ook andere verkooppunten (horeca, grootkeukens, vleeswinkels, voedingswinkels, …) bevoorraden zonder dat ze over een erkenning moet beschikken, op voorwaarde dat dit een marginale, plaatselijke en beperkte activiteit is. Aan volgende voorwaarden moet zijn voldaan:
• De per jaar aan andere detailhandelszaken geleverde hoeveelheid mag, in gewicht, niet meer dan 30 % uitmaken van de totale jaarproductie van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Dit wordt berekend op de jaarproductie van het jaar ervoor. Andere levensmiddelen dan deze van dierlijke oorsprong worden niet meegerekend in de jaarproductie.
• Er mag maximum 800 kg per week worden geleverd aan andere detailhandelszaken. Dit is een absolute hoeveelheid, niet een gemiddelde hoeveelheid per week berekend op jaarbasis.
• De bevoorrade detailhandelszaken zijn gevestigd binnen een straal van 80 km.
• In de bevoorrade detailhandelszaken mogen deze levensmiddelen van dierlijke oorsprong alleen ter plaatse aan de eindverbruiker worden verkocht.
8. Registratie
De exploitant van een verkooppunt moet beschikken over een ingaand registratiesysteem waarin, bij het binnenbrengen van de levensmiddelen van dierlijke oorsprong, iedere zending wordt ingebracht met vermelding van de ontvangstdatum, de aard, de identificatie en het gewicht, desgevallend ook het serienummer van het begeleidend handelsdocument of van het certificaat, alsook de naam van de inrichting van herkomst.
Bij verkoop aan andere verkooppunten dient de exploitant ook te beschikken over een uitgaand registratiesysteem waarin elke verzending wordt ingebracht met vermelding van de leveringsdatum, de aard, de identificatie en het gewicht, het serienummer van het begeleidend handelsdocument en de naam of handelsnaam van het bevoorrade verkooppunt.
Dit registratiesysteem kan bestaan uit een geschreven register, een informaticasysteem, een chronologische rangschikking van begeleidende handelsdocumenten of een combinatie ervan.
Vlees van runderen moet worden geregistreerd in de registers met vermelding van het referentienummer of de referentiecode die het verband legt tussen het vlees en het rund of de runderen waarvan het afkomstig is.
Het registratiesysteem moet ter beschikking zijn van het FAVV en moet ter plaatse bewaard worden.
9. Vervoer van levensmiddelen van dierlijke oorsprong
Het vervoer van levensmiddelen van dierlijke oorsprong mag enkel gebeuren indien voldaan wordt aan welbepaalde voorwaarden m.b.t. het vervoermiddel en de levensmiddelen .
Tijdens het vervoer moeten de levensmiddelen van dierlijke oorsprong vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument dat tenminste melding maakt van de naam of handelsnaam van de hoeveslagerij, de naam of handelsnaam van het bevoorrade verkooppunt, de leveringsdatum, de aard, de identificatie en het gewicht, en een serienummer. Dit begeleidend handelsdocument is niet vereist in geval van thuislevering aan de eindverbruiker.
10. Autocontrole
Een hoeveslagerij moet een systeem van autocontrole instellen, toepassen en handhaven. Dit autocontrolesysteem moet gebaseerd zijn op de principes van HACCP.
11. Wetgeving
• K.B. van 10/11/2005 betreffende de detailhandel in bepaalde levensmiddelen van dierlijke oorsprong