Wetgeving m.b.t. de verkoop van hoeveproducten op markten



Is de landbouwer die zijn producten op de markt verkoopt een handelaar?

De land- of tuinbouwer die de eigen geproduceerde producten op zijn/haar bedrijf aan de eindverbruiker verkoopt is geen handelaar. Zelfs niet indien de eigen producten een primaire verwerking hebben ondergaan (bv. het maken van boter en kaas; het sorteren van fruit, aardappelen). We spreken wel over een handelaar vanaf het ogenblik dat niet eigen opgebrachte producten mede worden verwerkt (bv. chocolade in chocolademousse), niet primaire verwerkingen worden uitgevoerd (bv. slachten en versnijden van slachtvee), de producten buiten het landbouwbedrijf (bv. op de boerenmarkt) of aan een niet-eindverbruiker worden verkocht (bv. aan de detailhandel, aan een restaurateur). 


De Kruispuntbank voor Ondernemingen 

Ten einde o.m. een meer gunstig klimaat voor de ondernemingen te scheppen, werd een centrale Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) opgericht, werden erkende ondernemingsloketten opgericht en werden het Handelsregister en de Kamers voor Ambachten en Neringen afgeschaft. De KBO (1 juli 2003) is een centrale databank, die wordt beheerd door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, waar alle relevante gegevens over een zelfstandige of een vennootschap worden bijgehouden. Natuurlijke personen met de hoedanigheid van handelaar of van ambachtsman zullen bij de KBO worden
geïnitieerd door een erkend ondernemingsloket (opgericht in de schoot van een sociaal verzekeringsfonds). Een ondernemingsloket, dat door de Minister van Middenstand moet worden erkend, is het ‘doorgeefluik’ tussen de overheid (KBO) en de ondernemer. Waar voorheen de ondernemer de zelfde wijzigingen m.b.t. zijn/haar economische activiteit steeds
aan verschillende administraties moest melden, geeft hij/zij vandaag de gewijzigde gegevens door aan zijn/haar erkende ondernemingsloket. Het loket maakt de wijzigingen vervolgens aan de KBO, alwaar de verschillende administraties hun gegevens ophalen. De griffies van de Rechtbanken van Koophandel zullen voor rechtspersonen (inclusief VZW) bij de KBO tussenkomen. De ondernemer legt onderstaande gegevens aan het loket over:
 de identiteitskaart;
 het rijksregisternummer (natuurlijke persoon) of het voorlopige ondernemingsnummer (vennootschap), die op de griffie van de Rechtbank van Koophandel werd verkregen;
 de (voor)naam, de (handels)-benaming en de rechtsvorm;
 het bankrekeningnummer(s);
 de datum van aanvang van de werkzaamheid;
 de aard van de werkzaamheid en;
 de adres(sen), inclusief van de vestigingseenheden.

Het ondernemingsloket moet –in voorkomend geval- voorafgaand vijf vergunningen/ machtigingen controleren.
Dit zijn:
 de vergunning kleinhandelaar in vleeswaren, beenhouwers en spekslagers (M.B. van 11 februari 1948);
 de vergunning voor vleeswinkels en bereidingsplaatsen (K.B. van 12 december 1955);
 de beroepskaart voor vreemdelingen;
 de vergunning voor ambulante handel en organisatie van openbare markten (Wet van 25 juni 1993) en;
 de vestigingsreglementering (Programmawet van 10 februari 1998).

Iedere onderneming wordt een uniek ondernemingsnummer toegewezen. Op termijn zal dit nummer alle bestaande identificatienummers vervangen (HR-nummer, BTW-nummer, RSZ-nummer, …). Voorlopig bestaat het unieke nummer uit het oude BTW of rijksregisternummer (voor rechtspersonen) voorafgegaan door het cijfer 0 (bv. 0474.603.875). De hoofdzakelijk voor de onderneming aangewende gebouwen, marktkramen, voertuigen moeten zichtbaar het ondernemingsnummer dragen op straffe van een geldboete (5,00 tot 125,00 EUR). Even zeer moeten alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere stukken die van de onderneming uitgaan het ondernemingsnummer vermelden. Voor inschrijvingen en wijzigingen bij de KBO zijn er wettelijk vastgelegde kostprijzen vastgelegd
(K.B. van 28 mei 2003). De stopzetting van een onderneming of een vestigingseenheid moet binnen de maand aan het ondernemingsloket worden gemeld.
(bron SBB)



Ambulante handel en vergunningen 

Diegene, die ambulante handel (leurhandel) bedrijft, moet beschikken over een machtiging tot het uitoefenen van een ambulante activiteit (leurkaart).
Ambulante handel behelst iedere verkoop, ieder aanbod en ieder uitstallen met het oogmerk te verkopen t.a.v. de eindverbruiker buiten de hoofdzetel of de vestiging van de verkoper.
Leurhandel kan gebeuren op openbare markten, langs de openbare weg, ten huize van de consument. De verkoop van binnenlandse land- of tuinbouwproducten, bloemen en producten
uit de veehouderij, die rechtstreeks door de land- of tuinbouwer op de plaats van de productie worden verkocht, vallen niet onder deze reglementering.
Een producent, die op de boerderij eigen hoeveproducten verkoopt, heeft geen leurkaart nodig.

Indien daarentegen de producten buiten de plaats van productie (bijvoorbeeld; boerenmarkten,…) worden verkocht, moet de verkoper over een leurkaart beschikken. Verkoopt hij/zij de producten, die door derden worden geleverd, heeft hij/zij ook een machtiging voor ambulante handel nodig.




Het aanvragen van een leurkaart: 

Sinds 1 oktober 2006 zijn alleen de ondernemingsloketten bevoegd om een ‘machtiging ambulante handel’ (=leurkaart) af te leveren of te verlengen.
We onderscheiden 2 soorten machtigingen:
 De machtiging als onderneming
 De machtiging als aangestelde

1. Machtiging als onderneming
Ieder onderneming (zowel natuurlijke als rechtspersonen) die ambulante activiteiten wil uitoefenen moet beschikken over een machtiging op naam van de onderneming. Ze is geldig voor de volledige duur van de activiteit en moet dus niet hernieuwd worden. De zelfstandige of bedrijfsleider moet de leurkaart kunnen tonen bij controle.
Minimum leeftijd voor het verkrijgen van een dergelijke machtiging = 18 jaar

2. Machtiging als aangestelde
Ook de aangestelden van de onderneming (werknemers, jobstudenten, helpers,…) moeten een machtiging hebben. Er bestaat een ‘machtiging A’ en een ‘machtiging B’.

a. De ‘machtiging als aangestelde A’ wordt uitgereikt op naam van de onderneming. De onderneming kan een onbeperkt aantal van deze machtigingen aanvragen en deze doorgeven aan helpers, werknemers,…. Iedere aangestelde moet bij controle een machtiging kunnen tonen ook als de ondernemer/werkgever zelf aanwezig is in het kraam.

b. De ‘machtiging als aangestelde B’ is voorbehouden aan de huis-aan-huis-verkopers en dus niet van toepassing op hoeveproducenten.

Praktisch:
De vroegere leurkaarten uitgereikt door de overheid (gemeenten) blijven geldig. Als er geen wijzigingen zijn dient u niet naar uw ondernemingsloket te stappen.

Wenst u echter:
 nieuwe activiteiten toe te voegen aan uw leurkaart
 een nieuwe leurkaart aan te vragen voor uzelf of voor uw aangestelden
dan dient u een afspraak te maken met uw ondernemingsloket.


Heb ik recht op VLIF steun voor mijn ambulante handel? 

Voor investeringen gericht op het verwerken en commercialiseren van hoeveproducten geldt wat volgt.

Enkel specifieke investeringen gericht op de vervaardiging en de verkoop van hoeveproducten komen in aanmerking voor 30% steun.

Voor gebouwen betreft dit een hoevewinkel, een verbruikslokaal en de opslag- of koelruimte bestemd voor het bewaren van de verkoopsklare voorraad aan hoeveproducten evenals de inrichtingsinvesteringen van gebouwen die door hun aard duidelijk bestemd zijn om de productie en verkoop van hoeveproducten mogelijk te maken (afwasbare wanden, antislipvloeren, noodzakelijke niveauverschillen, aangepaste riolering e.d.). Het gebouw zelf, dikwijls type gesloten loods met laad- en losplaats, voor het klaarmaken (sorteren, wassen, versnijden, bereiden, koken en/of verpakken) van de hoeveproducten wordt gesubsidieerd volgens de gangbare steunintensiteit van 20%. Proportionele opsplitsingen worden niet toegepast.

Voor specifieke vaste uitrusting, machines en materieel voor de productie en de verkoop van hoeveproducten, inbegrepen een koel- en marktwagen, wordt 30% steun verleend.

De investeringen waaronder ook de gebouwen, dienen gedimensioneerd te zijn op basis van de verwerking van de landbouwproducten van het eigen bedrijf.

Semi-industriële productielijnen, ondermeer voor de verwerking van aardappelen, groenten, kruiden e.d. en voertuigen voor het transport van levende dieren komen niet in aanmerking voor 30% steun, temeer omdat de afzet veelal niet via de korte keten verloopt. Voor dergelijke investeringen wordt onder de algemene voorwaarden, o.m. ook het verwerken van producten van het eigen bedrijf, 10 of 20% steun verleend.

Om 40% steun te genieten dienen de investeringen betrekking te hebben op de vervaardiging en verkoop van hoeveproducten via een korte keten, d.w.z.:

 op de hoeve zelf;
 in de onmiddellijke omgeving van de hoeve zoals een buurtwinkel;
 op de lokale boerenmarkt door de producenten zelf;
 via voedselteams, groente-abonnementen of coöperaties van hoeveproducten.

Verkoop aan groot- en/of kleinhandel (behoudens buurtwinkel), horeca … e.a. wordt niet (meer) gerangschikt als rechtstreekse verkoop.

In een normale situatie waar er eenheid is van landbouwactiviteit en rechtstreekse verkoop aan de consument, wordt steun verleend wanneer meer dan de 50 % van de betrokken hoeveproducten van het eigen bedrijf komen. Investering die gericht zijn op de verkoop van zelf aangekochte producten, worden niet gesubsidieerd.

Er wordt aanvaard dat “verwerken en commercialiseren eigen productie” om administratieve of fiscaaltechnische redenen afgesplitst wordt van de landbouwactiviteit. Een juridische afsplitsing (veelal onder vorm van vennootschap) wordt aanvaard onder bijzondere voorwaarden.


Hygiëne-eisen m.b.t. de inrichting van een marktwagen

De ambulante handel van (verse) voedingswaren mag alleen gebeuren door middel van een uitsluitend voor dat doel bestemd voertuig dat daartoe speciaal is ingericht. Dat voertuig moet o.a. volgende kenmerken vertonen:

1. De wanden en het dak moeten stevig zijn, de binnenkant van de vloer, de wanden en het dak moeten vervaardigd zijn uit hard, glad, ondoordringbaar, afwasbaar en niet-toxisch materiaal
2. Voorzieningen voor persoonlijke hygiëne (handen wassen!, warm en koud drinkwater) moeten aanwezig zijn
3. De koudeketen moet kunnen gerespecteerd worden
4. Reiniging en desinfectie van oppervlakken in contact met levensmiddelen moet vlot kunnen gebeuren
5. Opslag afval
6. Kruiscontaminatie moet vermeden worden
7. Onverpakte eetwaren niet binnen bereik van marktgangers en huisdieren


Copyright (c) 2009 Steunpunt Hoeveproducten