De milieuvergunning                

1. Wanneer heb ik een milieuvergunning nodig?

Alle inrichtingen die als hinderlijk worden beschouwd voor het milieu of voor de mens zijn opgenomen in een lijst die als bijlage bij Vlarem I is gevoegd (de indelingslijst). Voorafgaand aan het uitbaten of het veranderen van een als hinderlijk beschouwde onderneming moet een melding gebeuren of een milieuvergunning aangevraagd worden.

Het Vlarem deelt al deze als hinderlijk beschouwde inrichtingen op in drie klassen:
• Voor inrichtingen van klasse 1 en 2 is een milieuvergunning nodig
• Voor inrichtingen van klasse 3 volstaat een melding
De meeste ondernemingen oefenen meer dan één hinderlijke activiteit uit. In dat geval geldt altijd de procedure van de hoogste klasse.

Via de milieuvergunningenwegwijzer kan je op een snelle en eenvoudige manier te weten komen of je een milieuvergunning nodig hebt of niet en zo ja, onder welke klasse JE inrichting valt. Je krijgt een overzicht van de indelingsrubrieken die je dient aan te vragen en de formulieren die je nodig hebt om de melding of de vergunningsaanvraag in te dienen bij de bevoegde overheid.


2. Hoe verloopt de procedure?

a. klasse 3-vergunningen
Wanneer een onderneming als een inrichting van klasse 3 wordt beschouwd, is er enkel meldingsplicht. Hiervoor moet een standaard meldingsformulier worden ingevuld en overgemaakt aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waarin de exploitatie is gepland. De dag na de melding kan met de exploitatie of verandering worden begonnen.

b. klasse 2-vergunningen
Een vergunningsaanvraag voor een klasse 2 inrichting moet ingediend worden bij het College van Burgemeester en schepenen van de gemeente. Deze beslist binnen een termijn van 3 maanden na het volledig ontvankelijk verklaren van de aanvraag in eerste aanleg over de vergunningsaanvragen van inrichtingen van 2° klasse. Bij gemotiveerd besluit kan het College van Burgemeester en Schepenen deze termijn éénmaal verlengen met 1,5 maand.

c. klasse 1-vergunningen
Een milieuvergunning voor een inrichting van klasse 1 wordt aangevraagd bij de Bestendige Deputatie van de Provincieraad. Deze beslist binnen een termijn van 4 maanden na het volledig ontvankelijk verklaren van de aanvraag in eerste aanleg over de vergunningsaanvragen van inrichtingen van 1° klasse. Bij gemotiveerd besluit kan de Bestendige Deputatie van de Provincieraad deze termijn éénmaal verlengen met 2 maanden.


3. De beroepsprocedure

a. Beroep tegen een stilzwijgende weigering
Indien binnen de vastgestelde of verlengde termijn geen uitspraak is gedaan over een milieuvergunning klasse 1 of klasse 2, wordt de vergunning geacht geweigerd te zijn. Tegen deze stilzwijgende weigering kan door de aanvrager beroep worden ingediend binnen een termijn van 1 maand, te rekenen vanaf de dag volgend op het verstrijken van de vastgestelde of verlengde termijn.

b. Beroep tegen een beslissing in eerste aanleg
Tegen een beslissing in eerste aanleg kan beroep worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de bekendmaking van de bestreden beslissing. Het beroep moet worden ingediend bij aangetekend schrijven.
• Tegen de beslissing over vergunningsaanvragen in eerste aanleg genomen door het College van Burgemeester en Schepenen, kan beroep worden ingediend bij de Bestendige Deputatie van de Provincieraad, die uitspraak doet binnen een termijn van vier maanden na ontvangst van het beroepsschrift.
• Tegen elke beslissing over vergunningsaanvragen in eerste aanleg genomen door de Bestendige Deputatie van de Provincieraad, kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse Regering, die uitspraak doet binnen een termijn van vijf maanden na ontvangst van het beroepsschrift.

Bij gemotiveerd besluit kan de bevoegde overheid de termijn waarbinnen zij uitspraak moeten
doen eenmaal verlengen met maximum één maand. Zij deelt deze beslissing mee aan de aanvrager en aan de indiener van het beroep voor het verstrijken van de vastgestelde termijn.

Het beroep kan worden ingediend door:
• de aanvrager van de vergunning of de exploitant
• de Gouverneur
• de adviesverlenende overheidsorganen
• het College van Burgemeester en Schepenen tegen beslissingen van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad
• elke natuurlijke of rechtspersoon die tengevolge van de vestiging en de exploitatie van de inrichting rechtstreeks hinder kan ondervinden
• elke rechtspersoon die zich de bescherming van het leefmilieu statutair tot doel heeft gesteld, ten minste vijf jaar rechtspersoonlijkheid bezit en in zijn statuten het grondgebied omschreven heeft tot waar zijn bedrijvigheid zich uitstrekt.

4. Koppeling milieuvergunning – stedenbouwkundige vergunning

De stedenbouwkundige vergunning voor handelingen, werken en wijzigingen voor een inrichting waarvoor een milieuvergunning nodig is of die onderworpen is aan de meldingsplicht, wordt geschorst zolang de milieuvergunning niet definitief werd verleend of de melding niet is gebeurd. De milieuvergunning wordt beschouwd als definitief verleend na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een administratief beroep of, indien een dergelijk beroep werd ingesteld, vanaf het verlenen van de milieuvergunning door de vergunningverlenende overheid in beroep.

De milieuvergunning voor een inrichting waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig, wordt geschorst zolang die stedenbouwkundige vergunning niet is verleend.


5. Heeft een hoeveproducent een milieuvergunning nodig?

De meeste land- of tuinbouwers hebben een milieuvergunning nodig voor verschillende activiteiten gekoppeld aan het uitbaten van hun land- of tuinbouwbedrijf. Met betrekking tot de verkoop en de verwerking van hoeveproducten vinden we in de indelingslijst onder rubriek 45. Voedings- en genotsmiddelenindustrie (opslag, bewerking of verwerking van dierlijke en plantaardige producten), volgende hinderlijke inrichtingen terug:

klasse

45.4.

Inrichtingen voor het behandelen van andere producten van dierlijke oorsprong:

a)

Pensziederijen, darmwasserijen, met uitzondering van deze vermeld in 45.4.b)

1

b)

Ontzouten en calibreren van darmen

2

c)

Werkplaatsen bestemd voor leurhandel, vis- en vleeswarenfabrieken alsmede uitsnijderijen niet gehecht aan de in rubriek 45.4.d) bedoelde inrichtingen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 10 kW

3

meer dan 10 kW tot en met 200 kW

2

meer dan 200 kW

1

d)

Verkoopspunten van producten van dierlijke oorsprong (vlees, vis en gevogelte) alsmede de aan deze verkoopspunten verbonden uitsnijderijen

3

45.6.

Installaties voor het bewerken en verwerken van :

a)

zuivelproducten (melk, boter, eieren, kaas, enz.) met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 10 kW

3

meer dan 10 kW tot en met 200 kW

2

meer dan 200 kW

1

b)

van melk met een hoeveelheid ontvangen melk van meer dan 200 ton per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis)
(er kan overlapping zijn met a))

1

45.8.

Inrichtingen voor het bereiden van voedingsproducten op basis van plantaardige melen (brood, banket, koek, biscuit, deegwaren, enz.) of op basis van suiker of cacao, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 10 kW

3

meer dan 10 kW tot en met 200 kW

2

meer dan 200 kW

1

45.12.

Inrichtingen voor het bereiden van confituren, suikerwaren, siropen, jam, gelei, enz. met een geïnstalleerde totale drijfkracht van:

5 kW tot en met 10 kW

3

meer dan 10 kW tot en met 200 kW

2

meer dan 200 kW

1

45.13.

Groenten en andere voedingsplanten, vruchten, granen of zaden:

a)

Fabrieken voor aardappelverwerking tot chips, kroketten en gelijkaardige producten

2

b)

Aardappelen schillen en conserveren op industriële wijze

2

c)

Vruchten- en groentenconservenfabrieken (verduurzamen door appertiseren, dehydreren, vriesdrogen of diepvriezen) met uitsluiting van deze bedoeld in rubriek 45.12, met een geïnstalleerde drijfkracht van:

5 kW tot en met 10 kW

3

meer dan 10 kW tot en met 200 kW

2

meer dan 200 kW

1

d)

Inrichtingen voor het behandelen, bewerken of verwerken (uitgezonderd transportbanden en handelingen nodig voor het stockeren en bewaren van producten waarbij het product fysisch niet gewijzigd wordt) van groenten en andere voedingsplanten, vruchten, granen, zaden of andere producten van plantaardige oorsprong met een geïnstalleerde totale drijfkracht van :

5 kW tot en met 10 kW

3

meer dan 10 kW tot en met 200 kW

2

meer dan 200 kW

1


6. Meer informatie


http://www.mina.be/vlarem-teksten.html


7. Wetgeving

Decreet van 28-06-1985 betreffende de milieuvergunning
 Vlarem I: Besluit van de Vlaamse Regering van 06/02/1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning
VLAREM II:Besluit van de Vlaamse Regering van 01/06/1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne


Copyright (c) 2009 Steunpunt Hoeveproducten