| Basiskennis bedrijfsbeheer |
 |
1. Wie moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen? Elke KMO die een activiteit wenst uit te oefenen als handelsonderneming (hetzij als eenmanszaak, hetzij als vennootschap) waarvoor een inschrijving in de KBO vereist is, moet haar basiskennis van het bedrijfsbeheer bewijzen.
Onder KMO moeten de ondernemingen worden verstaan die voldoen aan volgende 3 criteria:
• Het gemiddeld aantal werknemers op jaarbasis is niet hoger dan 50.
• Niet meer dan 25% van de aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen of de eraan verbonden stemrechten is in het bezit van één of meerdere ondernemingen, andere dan KMO’s.
• Of wel overschrijdt de jaaromzet € 7.000.000 niet, ofwel overschrijdt het jaarlijks balanstotaal € 5.000.000 niet.
Indien een onderneming niet voldoet aan één van de drie voorwaarden is ze geen KMO en moet ze geen ondernemersvaardigheden bewijzen.
In een éénmanszaak kan de basiskennis bedrijfsbeheer bewezen worden door:
• Het ondernemingshoofd, zijn echtgeno(o)t(e), zijn wettelijk samenwonende partner of de partner waarmee hij minstens 6 maanden samenwoont
• de hiervoor aangenomen werknemer
• de zelfstandig helper
In een vennootschap moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewezen worden door de natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur uitoefent.
2. Hoe bewijst men de basiskennis bedrijfsbeheer? De basiskennis bedrijfsbeheer kan worden aangetoond ofwel door een getuigschrift of een diploma, ofwel door praktijkervaring.
a. Bewijs van basiskennis bedrijfsbeheer door het voorleggen van een getuigschrift of diploma De volgende akten gelden als voldoende bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer:
• Het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer, uitgereikt in of door:
» De derde graad van het secundair onderwijs
» Het secundair volwassenenonderwijs
» De centra voor middenstandsopleiding
» Een examencommissie van een Gemeenschap of van de Federale Overheidsdienst
• Een diploma van het hoger onderwijs
• Een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene een versnelde cursus van ten minste 128 lesuren van bedrijfsbeheer met vrucht heeft gevolgd, gespreid over ten minste 3 maanden.
• Een akte die in overeenstemming met internationale verdragen als gelijkwaardig moet worden beschouwd met het bovenvermelde getuigschrift of het diploma van het hoger onderwijs, of ermee gelijkwaardig werd verklaard door de bevoegde overheid.
b. Bewijs van basiskennis bedrijfsbeheer door praktijkervaring Beschikt men niet over de nodige akten of getuigschriften, dan kan de basiskennis van het bedrijfsbeheer ook bewezen worden door praktijkervaring tijdens de 15 jaar die voorafgaan aan de aanvraag:
• Als zelfstandig ondernemingshoofd of zelfstandige belast met het dagelijks bestuur:
» Zelfstandige in handel, ambacht of industrie of land- en tuinbouw gedurende 3 jaar in hoofdberoep of gedurende 5 jaar in bijberoep
» Als zelfstandig beheerder zonder arbeidsovereenkomst belast met het dagelijks bestuur als hoofdberoep gedurende 3 jaar of als bijberoep gedurende 5 jaar
• Als medewerker:
» Als zelfstandig helper gedurende 5 jaar
» Als bediende in een leidende functie gedurende 5 jaar
c. Bewijs van basiskennis bedrijfsbeheer via examen De basiskennis van bedrijfsbeheer kan eveneens bewezen worden via een examen bij de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.
3. Wetgeving • K.B. van 21-10-1998 tot uitvoering van Hoofdstuk I van Titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap