Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds 

1. Investeringssteun voor bedrijfsinvesteringen specifiek gericht op de verwerking en de commercialisering van hoeveproducten

Het VLIF biedt maximaal 30% financiële steun aan landbouwers die bedrijfsinvesteringen specifiek richten op de verwerking en de commercialisering van hoeveproducten. Voor volgende investeringen bedraagt de steunintensiteit 30%:
• bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor de aanmaak van zuivelproducten (met melk van het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit
• bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor het versnijden, bereiden en verkoopsklaar maken van vlees (geproduceerd op het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit
• bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor het artisanaal verwerken en verkoopsklaar maken van land- en tuinbouwproducten (andere dan melk en vlees en geproduceerd op het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit
• bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die bestemd zijn voor de rechtstreekse verkoop van de eigen productie (al dan niet in verwerkte vorm) aan de consument of aan de detailhandel, met inbegrip van een opslag- of koelruimte die bestemd is voor de verkoopsklare voorraad van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is om die activiteit uit te oefenen;

Om 30% steun te genieten dienen de investeringen betrekking te hebben op de vervaardiging en verkoop van hoeveproducten via een korte keten, d.w.z.:
• op de hoeve zelf
• in de onmiddellijke omgeving van de hoeve zoals een buurtwinkel
• op de lokale boerenmarkt door de producenten zelf
• via voedselteams, groente-abonnementen of coöperaties van hoeveproducten
Verkoop aan groot- en/of kleinhandel (behoudens buurtwinkel), horeca, … wordt niet gerangschikt als rechtstreekse verkoop.

Enkel specifieke investeringen gericht op de vervaardiging en de verkoop van hoeveproducten komen in aanmerking voor 30% steun. Voor gebouwen betreft dit een hoevewinkel, een verbruikslokaal en de opslag- of koelruimte bestemd voor het bewaren van de verkoopsklare voorraad aan hoeveproducten evenals de inrichtingsinvesteringen van gebouwen die door hun aard duidelijk bestemd zijn om de productie en verkoop van hoeveproducten mogelijk te maken (afwasbare wanden, antislipvloeren, noodzakelijke niveauverschillen, aangepaste riolering e.d.). Het gebouw zelf, dikwijls type gesloten loods met laad- en losplaats, voor het klaarmaken (sorteren, wassen, versnijden, bereiden, koken en/of verpakken) van de hoeveproducten wordt gesubsidieerd volgens de gangbare steunintensiteit van 20%. Voor specifieke vaste uitrusting, machines en materieel voor de productie en de verkoop van hoeveproducten, inbegrepen een koel- en marktwagen, wordt 40% steun verleend.

De investeringen waaronder ook de gebouwen, dienen gedimensioneerd te zijn op basis van de verwerking van de landbouwproducten van het eigen bedrijf.

In een normale situatie waar er eenheid is van landbouwactiviteit en rechtstreekse verkoop, wordt financiële steun verleend wanneer meer dan 50% van de verhandelde hoeveproducten van het eigen bedrijf komen. Investering die specifiek gericht zijn op de verkoop van aangekochte producten, worden niet gesubsidieerd.

Er wordt aanvaard dat “verwerken en commercialiseren eigen productie” om administratieve of fiscale redenen afgesplitst wordt van de landbouwactiviteit. Hierbij gelden volgende regels:
• Een administratieve of fiscale afsplitsing van de activiteit wordt aanvaard wanneer de persoon die de activiteit uitoefent, voldoet aan de VLIF-voorwaarden van tijdsbesteding en inkomsten.
• Een juridische afsplitsing (veelal onder vorm van vennootschap) van deze activiteit wordt aanvaard wanneer volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn: 
        o De bestuurders van de vennootschap zijn dezelfde als de exploitanten van het land- of tuinbouwbedrijf en bezitten 51 % van de aandelen; 
        o De statuten vermelden “het verwerken en verkopen van de productie van het eigen bedrijf” als doelstelling; 
        o Minstens 75 % van de verkoop is afkomstig van het eigen land- of tuinbouwbedrijf (tegenover 50 % in gevallen waar er geen juridische splitsing is).


2. Omzendbrieven

Omzendbrief nr. 42a over het verkrijgen van VLIF-steun door de land- en tuinbouwproducenten

Omzendbrief nr. 42b over het verkrijgen van VLIF-steun door de landbouwcoöperaties inzake afzet, verwerking en dienstverlening

Omzendbrief nr. 43 over aanpassingen van de VLIF-steunmaatregelen voor de land- en tuinbouwproducenten


3. Meer informatie

http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/landbouw/investeringen/vlif_inl.html


Copyright (c) 2009 Steunpunt Hoeveproducten